21
Kwi

Waarom Bitcoin de democratisering van geld vertegenwoordigt | Opinie

Bitcoin wordt vaak beschouwd als een inherent democratische vorm van geld. Interessant is echter dat er verschillende verklaringen voor deze karakteristiek worden gegeven. Daarbij heeft bovendien minstens een van deze verklaringen er toe geleid dat sommigen zijn gaan twijfelen aan het democratische gehalte van Bitcoin, en het idee hebben gekregen dat de cryptografische valuta in de jaren na zijn inceptie ten prooi is gevallen aan minder democratische krachten. Om te begrijpen waarom deze twijfel best begrijpelijk is, maar niet terecht, is het nuttig om te herkennen welke twee types democratie, zoals uiteengezet door politieke theoretici zoals Cambridge professor John Dunn, doorgaans aan Bitcoin worden toegekend, hoe deze twee van elkaar verschillen, en waarom de belangrijkste van de twee nog altijd intact is.

De eerste voorname soort van democratie is in essentie een regeringsvorm. Uiteindelijk is dit type democratie dus vooral een technische procedure, en niet zozeer een politieke waarde. Deze procedure behelst in principe dat een overheid gevormd wordt op basis van verkiezingen.

In het geval van Bitcoin wordt dit democratische aspect vaak toebedeeld aan Satoshi Nakamoto’s voorstel voor een “proof-of-work” systeem, dat zou moeten werken op basis op een “one-CPU-one-vote” mechanisme. Maar zoals inmiddels blijkt is dit democratische aspect niet echt in stand gebleven. Door de introductie van gespecialiseerde computerchips en mining-pools heeft vrijwel niemand tegenwoordig nog een stem in deze specifieke procedure, terwijl de miners en mining-pools een enorme zwaarwegende stem hebben gekregen. Bitcoins proof-of-work mechanisme is niet erg democratisch meer – als het dat ooit was.

Maar hoewel dit proces van specialisatie het decentrale karakter van de Bitcoin-infrastructuur wel tot op zekere hoogte heeft verzwakt, zou de “one-CPU-one-vote” eigenlijk sowieso niet echt moeten worden beschouwd als een fundamenteel ideaal waarop Bitcoin steunt. In plaats daarvan weerspiegelt het voornamelijk een specifieke functie binnen het protocol: het proof-of work systeem. En hoewel die specifieke functie natuurlijk een fundamentele technologische innovatie betreft, lijkt het weinig van doen te hebben met idealen. In plaats daarvan is het in essentie een pragmatische oplossing voor het technische probleem van double-spending.

Belangrijker is echter nog dat de karakterisering van “democratie” als “meeste stemmen gelden” sowieso al een vrij beperkte interpretatie van democratie zelf is. Het ideaal van democratie, zoals dat zich heeft ontwikkeld door eeuwen werk van politiek-filosofen, bestaat zelf uit verscheidene verlichtingsidealen. En deze versie is waarschijnlijk de belangrijkste van de twee types democratie, zoals onderscheiden door theoretici als Dunn. Gelukkig is deze waarde nog altijd erg aanwezig in het Bitcoin-fenomeen.

Een van deze verlichtingsidealen die terug te vinden zijn in zowel democratie als Bitcoin, is het idee van gelijkheid. Dit ideaal behelst dat ieder mens in beginsel gelijke rechten dient te genieten onder de wet, en omvat zaken zoals vrijheid van meningsuiting en eigendomsrecht. Dit ideaal zit natuurlijk in het Bitcoin-protocol ingebakken. In tegenstelling tot giraal geld, dat op ieder moment gecensureerd kan worden (zoals de Wikileaks banking blockade heeft bewezen), is het absoluut niet mogelijk om Bitcoin-betalingen te censureren, aangezien dergelijke transacties geen tussenpersoon vergen, en letterlijk bestaan uit cryptografisch versleutelde informatie – een pure en enorm gelijkwaardige vorm van vrijheid van meningsuiting zo je wilt. Vergelijkbaar zijn ook arbitraire confiscaties van eigendom, zoals bail-ins op Cyprus, simpelweg onmogelijk, zolang bitcoins veilig worden bewaard.

Maar nog belangrijker is dat de organisatorische structuur achter Bitcoin een enorme mate van gelijkheid garandeert. Een fundamentele eigenschap van het protocol is immers dat geen enkele persoon meer invloed heeft over het netwerk dat enig ander, en dat niemand deze regels in zijn of haar eigen voordeel kan buigen. Zelfs de uitvinder, Satoshi Nakamoto, of “grootaandeelhouders”, zoals de Winklevoss broers, kunnen de Bitcoin-code niet aanpassen zonder consensus te bereiken onder alle gebruikers. Dus, in stevig contrast met de enorme invloed die lobby-groepen van de financiële sector hebben weten uit te oefenen over het monetair beleid van verschillende landen, of de ogenschijnlijke Too Big To Fail status van moderne megabanken, is iedere Bitcoin-gebruiker waarlijk gelijk voor het netwerk. Hoe dan ook.

Een tweede belangrijk principe dat de basis vormt van de Westerse Democratie, is het ideaal van volkssoevereiniteit. Het uitgangspunt van dit principe, dat dateert van Thomas Hobbes zijn sociale contract, is de legitimatie van de wet door het welbevinden van het volk.

En hoewel het best mogelijk is te discussiëren over de legitimiteit van dit contract zelf, is het welbevinden van het volk ten aanzien van centrale banken op zijn best twijfelachtig te noemen. Het is immers niet eens alleen zo dat deze centrale banken met opzet op afstand zijn gezet van het democratische politieke proces (in sommige gevallen – zoals in de EU – zelfs behoorlijk letterlijk), maar slechts een miniem deel van de bevolking begrijpt überhaupt van deze instituten eigenlijk doen.

Belangrijker is echter nog dat het boven iedere twijfel verheven is dat private banken in geen enkel opzicht de geldvoorziening beheren met ons welbevinden. En dat terwijl private banken een enorm groot aandeel hebben in deze geldvoorziening – veel meer dan veel mensen beseffen. In tegenstelling tot een populair misverstand, dat op scholen wordt onderwezen en zelfs leeft bij veel bankmedewerkers, lenen banken geen geld van rekeninghouders uit. In plaats daarvan creëren zij zelf geld als krediet, middels een lening (PDF). Daarmee zijn banken verantwoordelijk voor het grootste deel van het geld dat binnen onze maatschappij circuleert, terwijl zij in geen enkel opzicht verantwoording hoeven af te leggen jegens het volk, zoals bijvoorbeeld wel blijkt uit het feit dat geen enkele bankier in de gevangenis terecht is gekomen na talloze gevallen van fraude die de aanleiding vormden voor de kredietcrisis. Om het maar even bot te stellen: het monetair systeem drijft de spot met volkssoevereiniteit.

Bitcoin, aan het andere uiterste van het spectrum, bestaat tamelijk letterlijk vanwege het welbevinden van de gebruikers. Als zij zich immers niet zouden kunnen vinden in de regels van het protocol, zouden zij het überhaupt niet (moeten) gebruiken. En dit gebruik zorgt er op zijn beurt weer voor dat de de valuta zelf waardevol is: zonder gebruikers zou Bitcoin immers niets anders zijn dan een aantal regels code. Bitcoin heerst niet alleen bij het welbevinden van de gebruikers, het bestaat effectief gezien door dit welbevinden.

In het verlengde daarvan kunnen ontevreden Bitcoin-gebruikers hun welbevinden simpelweg intrekken, en mogelijkerwijs een nieuwe valuta starten. Dit is in het verleden dan ook al verschillende keren gebeurd. Ontevreden met Bitcoins mining-algoritme hebben sommigen inmiddels (ten dele) de voorkeur gegeven aan Litecoin. Ontevreden met Bitcoins “energieverspilling” hebben sommigen inmiddels (ten dele) de voorkeur gegeven aan Peercoin. En ontevreden met Bitcoins community hebben sommigen inmiddels (ten dele) de voorkeur gegeven aan Dogecoin. Anderen zouden in de toekomst hun welbevinden van Bitcoin kunnen intrekken om dit te verplaatsen naar een altcoin waarvan zij het idee hebben dat deze hun idealen beter vertegenwoordigt. Ze kunnen stemmen met hun voeten.

Ten slotte bestaat de derde en wellicht belangrijkste politieke waarde die ten grondslag ligt aan moderne Westerse democratie uit het principe van zelfbestuur. En het is weinig overdreven om te stellen dat de organisatorische structuur van open source code met afstand de beste manier is waarop mensen zichzelf kunnen organiseren, die ooit is uitgevonden. Het is immers niet alleen zo dat het iedereen vrij staat bij te dragen aan de regels – de code – van het systeem, maar deze macht hoeft ook helemaal niet meer te hoeven worden overgedragen aan derden om het te laten functioneren. Met Bitcoin is het voor het eerst in de geschiedenis onnodig gemaakt om een kleine groep mensen aan te stellen om de rest te regeren. We kunnen deze macht nu overdragen aan een universeel verifieerbare open source code, die geschreven is voor en door de mensen (by and for the people). Dit is niets minder dan een revolutionaire vorm van zelfbestuur.

Uiteraard hebben sommige van de slimste hedendaagse economen beargumenteerd dat dit helemaal niet iets positiefs is. Volgens hen zou geld helemaal niet beheerst moeten worden door het volk. In plaats daarvan geloven zij dat het beter is om dit over te laten aan experts, die zodoende de waarde kunnen stabiliseren, of op economische voorspoed kunnen aansturen. Verstandige mensen (zoals zijzelf) zouden vertrouwd moeten worden het monetair beleid in de juiste richting te dirigeren.

Dat is echter precies wat sommige van de slimste politieke denkers van voorgaande eeuwen – zoals Plato, Montesquieu, en Hobbes – beargumenteerden over democratie zelf. Zij dachten allemaal dat een democratische samenleving volledig uit de hand zou lopen als de regeringsmacht niet in ieder geval ten dele zou worden opgeëist door een soort autocratisch leiderschap. Het woord “democratie” zelf was tot aan de negentiende eeuw dan ook helemaal geen algemeen geaccepteerd ideaal; het werd lange tijd slechts aangehangen door verstokte en onverbeterlijke dissidenten. Of zoals John Dunn het verwoord: “[They] placed themselves far beyond the borders of political life, at the outer fringes of the intellectual lives of virtually all of their contemporaries.”1

Klinkt erg herkenbaar, nietwaar?

 

Door: Aaron van Wirdum (@AaronvanW)

1. John Dunn, Setting the People Free: The Story of Democracy (London 2005) 71.

(Een engalstalige versie van dit artikel verscheen eerder op Bitcoin Magazine)

Share this

3 komentarze

  1. Leuk artikeltje maar het valt allemaal wel wat mee. Zelfs E-Gold was groter dan Bitcoin. Er moeten veel meer mensen mee doen voordat dit een succes is. 7 miljard aan totale markt betekent dat Bill Gates de gehele markt kan uitkopen. Hoe serieus moet ik dat dan nemen? Stop jij je spaargeld daar in?

  2. Dat het ‘marktaandeel’ van Bitcoin 7 miljard is, wil niet zeggen dat je voor zeven miljard alle bitcoins kan kopen he.

Leave a Comment

[an error occurred while processing this directive]